Biologische bestrijding van de eikenprocessierups

Het nieuwste wapen in de strijd tegen de eikenprocessierups is de nematode Steinernema feltiae. Dit microscopisch kleine wormpje, ook aaltje genoemd, is een natuurlijke vijand van de eikenprocessierups. Nadat vorig jaar bij proeven goede resultaten werden geboekt (70 tot 100% van de rupsen werd gedood), wordt er dit jaar op grotere schaal geëxperimenteerd met de nematoden . Nieuwsbericht>>

     
Het aaltje Steinernema feltiae parasiteert alleen op insectenlarven en is onschadelijk voor andere dieren en mensen. Overigens gaan de nematoden niet in hun eentje de rups te lijf. Ze werken samen met een bacterie.

Hiernaast is weergegeven hoe dat gaat:

1. De jonge aaltjes dringen via natuurlijke lichaamsopeningen (zoals mond of anus) een rups binnen. Eenmaal binnen in de rups laten ze de bacterie vrij, waarmee ze in symbiose leven.

2. De bacterie vermeerdert zich ten koste van de rups.

3. Vervolgens voedt het aaltje zich met de bacteriën en de dode rups. Hierdoor krijgt het aaltje genoeg energie om te groeien en zich voort te planten.

4. Binnen een paar dagen verlaten jonge aaltjes de dode rups op zoek naar nieuwe slachtoffers.
     Levenscyclus van Steinernema. Bron en copyright: Cornell University
     

De nematode die nu ingezet wordt tegen de eikenprocessierups is een nieuw ontdekte variant die ook bij lagere temperaturen werkzaam is. Deze nematode is bij toeval ontdekt door een onderzoeker. Het is een lange weg van eerste vondst tot een grootschalige toepassing, waarbij je als onderzoeker met allerlei zaken te maken krijgt. Er is veel kennis en onderzoek nodig om een natuurlijke vijand succesvol in te zetten. In het onderzoeksverslag kun je lezen wat er allemaal komt kijken bij het ontwikkelen van een geschikte biologische bestrijder. Kennis van de biologie en de levenscyclus van zowel de eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea) als van de nematode is noodzakelijk. Verder is de manier van toedienen belangrijk, evenals het tijdstip. De aaltjes overleven niet lang in een eikenboom (hun natuurlijke omgeving is de bodem) en moeten dus op een geschikt moment op of in de buurt van de rupsen gespoten worden. In dit geval bleek nachtelijke toepassing het meest succesvol omdat de aaltjes niet tegen UV-licht kunnen. Ook het effect van het aaltje op andere rupsen en vlindersoorten moet in de gaten gehouden worden.

Meer weten over deze natuurlijke vijand?
Kort verslag>>
Uitgebreid onderzoeksverslag (Bestrijding Eikenprocessierupsen met insectparasitaire nematoden) >>
Achtergrondinformatie (engelstalig)>>

     
Bestrijding van de eikenprocessierups. Bron: Wikipedia. Foto: Pimvantend; copyright CC.       

Er is al van alles geprobeerd om de overlast en verspreiding van de eikenprocessierups tegen te gaan: nesten opzuigen of wegbranden, de rupsen bespuiten met insecticide en biologische bestrijding door Bacillus thuringiensis (zie hieronder). Tot nu toe met wisselend succes.







Bacillus thuringiensis is een algemeen voorkomende bacterie die parasiteert op allerlei verschillende rupsensoorten. B. thuringiensis wordt dan ook vaak ingezet als biologisch bestrijdingsmiddel tegen rupsenvraat. Het bacteriepreparaat Xentari wordt op het blad van een plant of boom gespoten. Als de rupsen het blad eten, krijgen ze ook de bacterie mee naar binnen en raken geïnfecteerd. In de rupsendarmen produceren de bacteriën giftige kristallen, ook wel Bt-toxine genoemd. Binnen een paar uur veroorzaakt het gif spierverlammingen en stoppen de rupsen met eten. Uiteindelijk sterft de rups na 2 tot 5 dagen.

     

<< Terug