interview

Interview met een plantenziektekundige

“Ik ben plantenveredelaar/plantenziektekundige en ik heb gestudeerd in Wageningen. Toen ik een afstudeeronderzoek deed naar de genetica van de aardappel vertelde ik eens op een feestje aan leuk uitziend meisje wat ik aan het doen was. Vol verbazing vroeg ze: ‘Wat is er nou zo interessant aan een aardappel?’ Ik vertelde dat juist aardappel één van de belangrijkste plantensoorten was ter wereld, vanwege de de voedselvoorziening van ongeveer een miljard mensen. ‘Eet je zelf nooit aardappels?’ vroeg ik. ‘Nee, nooit’, zei ze, een hand chips in haar mond proppend. – ’t Is verder niks geworden.

Ik leidde onlangs een kamp met zeg maar ‘kansarme’ jongeren en toen ik vertelde dat ik plantenziektekundige was rolden die jongens bijna van hun stoel van het lachen! ‘Komen de mensen dan met hun zieke plantje naar je toe of zo?’ Toen ik uit probeerde te leggen dat planten, net als mensen, ook ziek kunnen worden en dat daardoor voedselgewassen minder opbrengen zagen ze nog steeds het hele probleem niet. Ik gaf het voorbeeld van aardappels. Iedereen lust wel aardappels of patat. Als je nou door een ziekte die het blad heeft aangetast alleen kleine aardappeltjes kunt oogsten in plaats van knollen van een normaal formaat is dat toch knap vervelend? ‘Ach welnee,’ was het antwoord, ‘dan eet je er toch gewoon twee! Daar heb je geen plantenziektekundige voor nodig!’ Net als heel veel andere mensen stonden ze ver af van de agrarische productie. Voedsel is voor veel Nederlanders een vanzelfsprekendheid.

Eén van mijn beste vrienden is medisch bioloog. Hij is ontzettend goed in zijn vak en met zijn onderzoek helpt hij – indirect – duizenden mensen. Ik sprak een keer mijn bewondering uit voor zijn werk, en liet merken dat ik het ook voor de maatschappij zo nuttig vond. Maar hij was stellig van mening dat als je echt iets aan de grote problemen in de wereld wil doen je je eigenlijk veel meer moet richten op mijn vakgebied: de plantenziektekunde en de plantenveredeling. Dat is dan ook mijn belangrijkste drijfveer.”

Jan-Kees Goud is werkzaam bij Wageningen Universiteit