Oost-Aziatische boktor
De Oost-Aziatische boktor (Anoplophora chinensis) komt van oorsprong voor in China, Japan en Korea en verspreidt zich via import van besmette boompjes naar andere landen. Vermoedelijk is de boktor op deze manier ook in ons land gearriveerd in 2007. De larven van de boktor kunnen grote schade aanrichten in loofbomen en struiken doordat ze lange gangen in het hout knagen. De Aziatische boktor (Anoplophora glabripennis) is nauw verwant aan de Oost-Aziatische boktor.
![]() |
||
| De Oost-Aziatische boktor (Anoplophora chinensis) |
Levenscyclus
Zodra de rupsen uit het eitje gekropen zijn, knagen ze zich een weg naar binnen, de boom in. Eenmaal in het hout zijn ze lastig te vinden en al helemaal niet te bestrijden zonder de plant te beschadigen. Ze verpoppen in het hout en pas als volwassen boktor komen ze weer de boom uitvliegen. Dit levert de beruchte “uitvlieggaten” op, die de inspecteurs af en toe vinden.
De Oost-Aziatische boktor vliegt in de periode mei tot oktober en eet van de bast van jongere takken, van bladeren en bladstelen van de boom. Ze zijn het meest actief op zonnige dagen. De boktor wordt maximaal 5 cm lang en heeft een zwart dekschild met witte vlekken. De zwart-wit gestreepte voelsprieten zijn even lang of langer dan de boktor zelf. De totale cyclus van ei tot volwassen boktor duurt in ons klimaat 2 tot 3 jaar.
Helaas blijken de larven van de Oost-Aziatische boktor ook van de Hollandse pot te houden. De lijst met plantensoorten, die geschikt zijn als waardplant voor de boktor, breidt zich nog steeds uit.
Speel de Fytoquest en ontdek hoeveel je al weet over deze boktor!
Meer info:
Lees de informatie van de nVWA>>
Kijk naar RTL nieuws>> (tip: negeer de opmerking over uitgebroede larven)
Luister naar NOS radio>>
Lees meer in het blad Gewasbescherming (pdf)>>
<Terug
