insecten

Insecten

Naar overzicht plantbelagers

Coloradokever (Leptinotarsa decemlineata). Foto: Tibor Bukovinszky; copyright Wageningen Universiteit, Laboratorium voor Entomologie; Bron: Insectenkwartet.
Coloradokevers, een plaag voor aardappels.

De stam van de geleedpotigen wordt onderverdeeld in 5 groepen:

  1. Zespotigen (Hexapoda), waaronder de insecten met drie paar poten, een driedelig lichaam en gewoonlijk vleugels, maar ook enkele andere groepen, zoals de springstaarten (Collembola).
  2. Schaaldieren (Crustacea) met de kreeften, garnalen, watervlooien, maar ook pissebedden: verscheidene paren poten, twee paar antennen, geen vleugels.
    1 & 2 worden ook vaak gezien als subgroepen van één grotere groep.
  3. De duizendpootachtigen (Myriapoda)(o.a. duizendpoten en miljoenpoten): vele paren poten, geen vleugels
  4. De Gifkakendragers (Chelicerata), waaronder de spinachtigen (spinnen, hooiwagens, mijten en teken), hoefijzerkrabben en zeespinnen.
  5. De uitgestorven Trilobieten.

Groepen geleedpotigen

Insecten zijn geleedpotigen, ofwel dieren met een uitwendig skelet, waarvan het lichaam bestaat uit verschillende segmenten. Insecten hebben 6 poten, althans in het volwassen stadium. Geschat wordt dat er één tot enkele miljoenen soorten bestaan, met een grote verscheidenheid aan vormen. Denk maar eens aan hoe verschillend vlinders, kevers, luizen of bijen er uitzien. Insecten hebben in principe een in drieën gedeeld lichaam, bestaande uit de kop, het borststuk (thorax) en het achterlijf (abdomen). Bij sommige soorten zijn verschillende delen met elkaar versmolten of juist weer gesplitst. De meeste insecten hebben vleugels en haren en andere organen zoals angels etc. Insecten ademen door middel van een buizenstelsel dat zonder longen hun lichaam van zuurstof voorziet.

Ontwikkeling

Insecten maken tijdens hun ontwikkeling een gedaanteverwisseling (metamorfose) door. Uit de eitjes komen larven, die er vaak totaal anders uitzien dan de volwassen exemplaren. Vergelijk een rups maar eens met een vlinder. Ze groeien stapsgewijs door zich een aantal keer te vervellen. Het vervellen is nodig, omdat de buitenkant onvoldoende meegroeit. Direct na een vervelling is het vel of skelet nog veerkrachtig. Na het laatste larvale stadium verpopt de larve zich. Uit de pop komt het volwassen insect, het imago. Dit heeft zijn uiteindelijke grootte bereikt en groeit niet meer. Sommige jonkies lijken al wel heel sterk op de ouders, maar zijn alleen kleiner en missen vleugels. Ze worden dan niet larven maar nimfen genoemd. Dit komt voor bij bijvoorbeeld sprinkhanen en oorwormen.

Verscheidenheid aan leefwijzen

Parasieten van mens en dier

Iedereen kent wel een paar lastige insecten: muggen, hoofdluizen, vlooien.

Bestuivers

Bijen bestuiven bloemen, terwijl ze nectar en pollen verzamelen. Ze zijn essentieel voor een goede vruchtzetting in boomgaarden. Bijkomend voordeel is de lekkere honing die ze verzamelen. Ook veel vliegensoorten zijn belangrijke bestuivers.

Planteneters en sapzuigers

Veel insecten leven van dood of levend plantmateriaal. Een nest rupsen kan in snel tempo een plant kaal vreten. Een zwerm sprinkhanen eet hele velden leeg. Bladluizen zuigen met hun zuigsnuit minieme hoeveelheden plantensap op, maar zorgen door hun snelle vermeerdering toch voor grote problemen.

Vet gamen in de wereld van de insecten?
Klik
hier! Enkele voorbeelden van plaaginsecten op planten in Nederland zijn:

Vleeseters

Vliegen en vliegenmaden eten bijvoorbeeld vaak dood vlees. Veel insecten eten andere insecten. Een bekend voorbeeld is het lieveheersbeestje, dat bladluizen eet, en zo een biologische bestrijder is.

Mijten

Mijten, zoals de spintmijt (of spint) en de galmijt zijn spinachtigen, maar worden vaak samen met de insecten bestudeerd.

<< naar overzicht