pramorum

Besmettelijke bomendoder duikt op in Nederland

Afgelopen seizoen is op een aantal plaatsen in Nederland de beruchte plantenziekte Phytophthora ramorum opgedoken. Deze schimmelachtige ziekteverwekker heeft in Californië massale sterfte veroorzaakt onder eiken en enkele andere soorten loofbomen. Hij wordt daar Sudden Oak Death genoemd. In Nederland is de ziekte waargenomen op bomen en struikensoorten die hier niet van nature voorkomen, zoals de Rhododendron en de Amerikaanse eik. In Ede en Nijmegen zijn echter onlangs ook enkele inheemse beuken aangetast. Men is nu bang dat de ziekte zich uitbreidt naar andere inheemse houtige soorten, zoals kastanje, bosbes, zomer- en wintereik.

Beuk (Fagus sylvatica) die is aangetast door Phytophthora ramorum. Foto: copyrigh: Plantenziektenkundige Dienst, Wageningen.
Aangetaste boom met bloedend sap dat zwart verkleurt. Met een boor zijn monsters genomen om de ziekteverwekker te isoleren. Zo kon worden vastgesteld dat het hier om Phytophthora ramorum ging.
Beuk (Fagus sylvatica) die is aangetast door Phytophthora ramorum. Foto: copyright Plantenziektenkundige Dienst, Wageningen.
Aangetaste beuk die direct na de vondst is gemerkt.
Rhododendron die is ontbladerd door Phytophthora ramorum. Foto: copyright Plantenziektenkundige Dienst, Wageningen
Zwaar aangetaste Rhododendron

Rhododendron vaak de infectiebron

P. ramorum verspreidt zich in Nederland meestal via Rhododendrons. Vooral verwilderde Rhododendrons in bossen zijn erg vatbaar, omdat er door gebrek aan licht slappe planten ontstaan en omdat in de luwe schaduw de planten vaak lang nat blijven. Vocht is essentieel voor infectie. Door de vorming van sporen kan P. ramorum zich verder verspreiden en hoewel de symptomen erg hevig kunnen zijn, gaan Rhododendrons zelden helemaal dood aan de ziekte. Voor andere waardplanten, zoals beuk, geldt het omgekeerde: er worden geen nieuwe sporen gevormd, maar de boom gaat wel dood aan de ziekte. De ziekteverwekker kan zich echter moeilijk verspreiden, omdat hij zijn levenscyclus niet op onze inheemse bomen kan voltooien.

Amerikaanse eik (Quercus rubra) die is aangetast door Phytophthora ramorum. Foto: copytight Plantenziektenkundige Dienst, Wageningen.
Amerikaanse eik met duidelijke verkleuring van het hout.

Symptomen: bloeding, houtverkleuring en bladval
Het aantastingsbeeld verschilt per plantensoort, maar verkleuring van het hout is bij elke vatbare soort aanwezig. Bij beuk treedt bloeding op die sterk doet denken aan de symptomen van de kastanjebloedingsziekte (zie Nieuws).
Bij Rhododendron is taksterfte het meest duidelijk. Hierbij is het typerend dat de taksterfte vaak begint aan het uiteinde van de tak waarbij een verkleuring van het hout plaatsvindt van bruin naar zwart. Deze bruinverkleuring spreidt zich vanuit de tak uit via de bladsteel naar de hoofdnerf van het blad. Het blad aan een aangetaste tak kan gaan hangen en afvallen wanneer de bladsteel is aangetast.
Meer informatie op de website van de Nederlandse Voedsel en Waren Autoriteit (NVWA).


 

Aantasting van Phytophthora ramorum op Viburnum tinus. Foto: copyright Plantenziektenkundige Dienst, Wageningen.
Bruine bladeren en twijgen bij Viburnum tinus.
Houtverkleuring door Phytophthora ramorum bij Viburnum bodnantense. Foto: copyright Plantenziektenkundige Dienst, Wageningen.
Houtverkleuring bij Viburnum bodnantense.
Zoosporangien van Phytophthora ramorum. Foto: copyright Plantenziektenkundige Dienst, Wageningen.
Zoösporangiën (sporangiën waarin zoosporen gevormd worden) van Phytophthora ramorum.
Chlamydospore van Phytophthora ramorum. Foto: copyright Plantenziektenkundige Dienst, Wageningen.
Chlamydospore van Phytophthora ramorum.

Een schimmelachtige

Petri-schaal met culture van Phytophthora ramorum. Foto: copyright Plantenziektenkundige Dienst, Wageningen.
Culture van Phytophthora ramorum.

Phytophthora ramorum is een organisme dat lijkt op een schimmel, maar anders in elkaar zit. Hij behoort tot de Oömycoten, of ei- of waterschimmels, waar ook de valse meeldauwen toe behoren en de bekende Phytophthora infestans, de veroorzaker van de aardappelziekte. P. ramorum vormt drie soorten aseksuele sporen die alle drie de bovengrondse delen van planten kunnen infecteren: allereerst de zoösporangiën: deze worden onder vochtige omstandigheden gevormd bij 15-20°C op aangetaste bladeren van bijvoorbeeld Rhododendron. Ze worden zelfs gevormd op verdroogd blad dat weer nat gemaakt wordt. De zoösporangiën raken gemakkelijk los van de sporendrager en kunnen worden verspreid met stromend of spetterend water, met grond (bijv. aan schoenen) of met plantmateriaal. In de zoösporangiën kunnen zoösporen gevormd worden. Deze sporen kunnen over de oppervlakte van het blad zwemmen. Zoösporangiën en zoosporen zijn gevoelig voor uitdroging. In en op aangetaste bladeren kunnen verder chlamydosporen worden gevormd. Deze kunnen langer overleven door hun dikkere wand. Voor de vorming van seksuele sporen, de oösporen, zijn twee paringstypen nodig. Alleen wanneer beide paringstypen aanwezig zijn vindt er dus seks plaats.

Quarantaine

P. ramorum is een quarantaine- of Q-organisme. Dit betekent dat er speciale regels zijn voor het opruimen van zieke planten. Gezonde vatbare planten van de soorten Rhododendron, Viburnum en Camellia die worden verhandeld, moeten een bewijs hebben dat ze vrij zijn van de ziekte: een plantenpaspoort. Wanneer de ziekte ergens wordt aangetroffen moet het plantmateriaal worden verbrand, begraven op één meter diepte, in een gesloten zak worden afgevoerd of versnipperd. Versnipperd materiaal mag alleen blijven liggen op plaatsen waar geen gevoelige soorten staan en waar niemand langs komt.

Worst Case scenario: Ik ga m’n grote broer halen!

De populaties die in Nederland gevonden zijn, zijn een soort uniforme klonen die zich alleen vegetatief vermeerderen. Daardoor kunnen ze zich maar langzaam, via mutaties, aanpassen aan nieuwe omstandigheden en gastheerplanten. Wanneer beide paringstypen op één plaats voorkomen is er kans op seks en dus recombinatie van genetische eigenschappen. Er ontstaat een familie met nakomelingen die sterk van elkaar kunnen verschillen. Het is mogelijk dat er individuen ontstaan die ook op onze inheemse bomen hun levenscyclus kunnen voltooien, of andere soorten ziek kunnen maken. Die situatie is veel moeilijker te beheersen.
Beide paringstypen komen tegenwoordig zowel in Europa als in de VS voor. Er is inmiddels aangetoont dat er paring (seks) kan plaatsvinden wanneer beide paringstypen in één Rhododendronplant voorkomen. Dat is een linke situatie!

Iets soortgelijks heeft zich voorgedaan bij de aardappelziekte: na de eerste uitbraken in de 19e eeuw was de ziekte redelijk beheersbaar totdat omstreeks 1980 het tweede paringstype werd geïntroduceerd en de ziekte opnieuw een wereldwijd probleem werd. (Zie Shocking Stories en de Top 5).

Plantmateriaal dat besmet is met P. ramorum wordt versnipperd. Foto: copyright Plantenziektenkundige Dienst, Wageningen.
Rhododendrons op de plaats van besmetting (zieke en gezonde) worden versnipperd.

Wil je nog veel meer weten over deze plantenziekte? Volg dan de gratis online cursus over Phytophthora ramorum van de Universiteit van Oregon (V.S.)

<< Terug naar Zieke bomen