Virussen

Naar overzicht plantbelagers

         Tulp Semper Augustus; Bron: Wikimedia Commons, Public Domain  

Schilderij (17e eeuw) van de tulp Semper Augustus. De gebroken bloemkleur is het gevolg van een virusinfectie.  


Virussen zijn de kleinste ziekteverwekkers bij planten. Ze zijn zo klein dat ze onder een gewone lichtmicroscoop niet zichtbaar zijn. Om ze te zien heb je een electronenmicroscoop nodig. Hoewel een virus niet groter is dan 25 tot 2000 nanometer, kan het een enorme impact hebben op een plant.
In de 17e eeuw waren tulpen gigantisch populair. Vooral de "tulpen met bloemkleurbreking" waren erg duur. Voor de tulpenbol Semper Augustus werd een bedrag betaald waarvoor je in Amsterdam een compleet grachtenpand kon kopen. Men wist toen nog niet dat de patronen op de bloembladeren het gevolg waren van een virusziekte.

Pas 125 jaar geleden ontdekten wetenschappers voor het eerst dat er "iets infectieus" was, kleiner dan een bacterie, dat een ziekte veroorzaakte. Het duurde nog tot de uitvinding van de electronenmicroscoop, halverwege de twintigste eeuw,voordat het eerste virus ook echt zichtbaar was.

        Tabaksmozaiekvirus (TMV) deeltje, electronenmicroscopische opname; Bron: Vide database; copyright Rothamsted Experimental Station (This notice must accompany any copy of the images. The images must not be used for commercial purpose without the consent of the copyright owners. The images are not in the public domain. The images can be freely used for educational purposes.)          
  Tabaksmozaïekvirus (TMV) deeltjes, bekeken door een electronenmicroscoop. In werkelijkheid zijn de staafvormige virusdeeltjes 18 nm in doorsnee en 300 nm lang.  

 

Elke virussoort heeft zijn eigen grootte en vorm. Een virus kan staafvormig zijn (bv. tabaksmozaïekvirus), draadvormig of bolvormig. Eigenlijk is een virus niet meer dan een streng DNA of RNA, verpakt in een eiwitmantel. Deze eiwitmantel is opgebouwd uit een heleboel identieke eiwitmoleculen, die heel slim gestapeld zijn. Virussen hebben vast een wiskundeknobbel want ze bouwen zich volgens een helix- of een icosaëder-structuur zelf op. Sommige virussoorten hebben om de eiwitmantel nog een membraan.







The living death

Het is niet mogelijk om een virus te kweken op een voedingsbodem, zoals een schimmel of een bacterie. Een virus is namelijk compleet afhankelijk van een gastheer (een mensen-, dieren- of plantencel) om zich te vermenigvuldigen. Virussen zijn volgens de definitie geen levende organismen. Je spreekt bij virussen dan ook niet over "dood", maar over "geïnactiveerd". En niet over "levend", maar over "infectieus" (besmettelijk) of "intact".
Sommige virussen kunnen heel lang intact blijven buiten hun gastheer. Het tabaksmozaïekvirus bijvoorbeeld. Lees meer hierover in het profielwerkstuk "De plant heeft er tabak van..."

Virusmobiel
Sommige virussen gebruiken een vervoermiddel om zich te verspreiden. Vaak is dat een insect. Zo'n insect noem je dan "een vector". Een voorbeeld daarvan is de trips, die het tomatenbronsvlekkenvirus (TSWV) overbrengt. Sommige virussen kunnen uitsluitend een plant infecteren met de hulp van een insect. Sommige virussen alleen mechanisch (door contact), zoals TMV. Veel virussen kunnen zich op beide manieren verspreiden. Bij een mechanisch overdraagbaar virus zie je vaak dat er een rijtje planten ziek is. Bij een vector-overdraagbaar virus staan de zieke planten verdeeld over de kas of het veld.

Ziektesymptomen
Kijk op het overzicht van symptomen door plantenvirussen.

Meer informatie
Speel de Fytoquest en kom van alles te weten over het arabis mozaïek virus in bloembollen en over de overdracht van virussen door trips bij potplanten.
Wil je nog meer te weten komen over virussen? Volg dan deze link.

<< naar overzicht

<< Terug