Vraagstelling

Vragen die je als uitgangspunt voor je profielwerkstuk zou kunnen gebruiken:


Virusmobiel

Hoe verspreiden plantenvirussen zich? Sommigen maken echt gebruik van een mobieltje. Of van gereedschap dat de boer gebruikt. Andere virussen hebben hun eigen specifieke handlangers: verschillende insecten, maar ook nematoden en schimmels, helpen mee aan de verspreiding van virussen.


Klein gevleugeld insect met lange antennes, rustend op een groen blad.

De groene perzikluis (Myzus persicae) is een beruchte virusvector. Deze luis kan o.a. het aardappel Y virus (PVY) en het pruimensharkavirus (PPV) verspreiden.

Virus in smoking

Hoe overleven plantenziekten buiten de plant? En hoe lang kunnen ze dat volhouden?
Schimmelsporen van de valse meeldauw overwinteren op afgevallen bladeren of in de grond, de bruinrotbacterie zwemt in slootwater rond en tabaksmozaïekvirus (TMV) verstopt zich in sigaretten. Een plantenvirus in 700 jaar oude rendierpoep blijkt zelfs nog in staat een plant ziek te maken.


Twee sigaretten liggen op een licht oppervlak, één gedeeltelijk opgerookt en één onaangestoken.

Tabaksmozaïekvirus (TMV) kan als goedgekleed “virus in smoking” lang infectieus blijven.

Virus in bed

Elk jaar opnieuw kun je in bed belanden met een griepvirus. Een griepvirus is niet zo stabiel als TMV, maar toch verspreidt het zich razendsnel. Hoe verspreidt een griepvirus zich? Hoe zijn de Mexicaanse griep en ‘corona’ een pandemie (wereldwijd verspreide ziekte) geworden? En waarom kun je elk jaar weer opnieuw de griep krijgen?


Gekleurde microscopisc

Zo ziet een griepvirus eruit onder een electronenmicroscoop (na kleuring). In werkelijkheid is het virusdeeltje ongeveer 200 nm groot.

Virus met een wiskundeknobbel

Wat is eigenlijk een virus? Hoe zien ze eruit? En hoe stabiel zijn ze?
Virussen zetten zichzelf volgens symmetrische wiskundige modellen in elkaar. Sommige virussen kiezen voor een helix (wenteltrapmodel), anderen zien meer in een icosaëder (voetbalmodel). Zo heeft elk soort virus zijn eigen specifieke grootte en vorm.


Diagram van het tabaksmozaïekvirus met opgerolde RNA- en eiwitsubeenheden in een staafvorm.

Het tabaksmozaïekvirus (TMV) is een staafvormig deeltje, bestaande uit eiwitmoleculen die als een wenteltrap om een RNA-spiraal heen gebouwd worden.

Virus: werk in uitvoering

Hoe vermeerdert een virus zijn RNA in de plantencel?

Voor welke eiwitten codeert dit RNA? Hoe verspreiden de virusdeeltjes zich door de plant (van cel naar cel door plasmodesmata en/of via het floeem)?

En wat heeft dit voor gevolgen voor de plant?


Rood driehoekig bord met wegwerkzaamheden en een afbeelding van iemand die naast een hoop aarde aan het graven is.

Bij een virusinfectie betekent “werk in uitvoering” dat het virus de plant al het werk voor hem laat doen.