eikenprocessierups

Eikenprocessierups (Thaumetopoea processionea). Foto Jan-Kees Goud
Eikenprocessierups op de stam van een eik.

De eikenprocessierups

Als volwassen nachtvlinder valt Thaumetopoea processionea niet erg op. Maar als larve kan de eikenprocessierups een echte plaag zijn. De brandharen die overal op het rupsenlijf groeien kunnen vervelende gevolgen hebben voor de mens: uitslag, jeuk, rode ogen en irritatie van de luchtwegen.

Irritante plaag

Om te voorkomen dat de eikenprocessierups ons teveel irriteert kan hij op verschillende manieren aangepakt worden. Gespecialiseerde bedrijven kunnen de nesten wegbranden of opzuigen. Een andere manier is biologische oorlogsvoering. De rupsen worden bespoten met de bacterie Bacillus thuringiensis. Deze bacterie produceert een stof die giftig is voor de rupsen, waardoor ze verlamd raken en doodgaan. Een andere mogelijkheid is om ze te bestrijden met een nematode (aaltje) die de rupsen parasiteert. Ook mezen en andere insectenetende vogels kunnen helpen in de strijd tegen de rups.

Daarnaast wordt ook naar nieuwe manieren gezocht om de rupsen tegen te gaan, zoals ze letterlijk op het verkeerde spoor zetten.

Plaagdier voor mens en boom

We zouden bijna vergeten dat de boom zelf ook last kan hebben van de eikenprocessierups. ‘s Nachts kruipen de rupsen uit hun nest en lopen ze in een lange optocht (“in processie”) langs de stam omhoog om van de bladeren te eten. Dit is niet direct heel schadelijk voor een boom, maar wanneer bomen jaar in jaar uit kaalgevreten worden, raken ze wel verzwakt waardoor hun weerstand afneemt en ook andere plantenziekten en plagen meer kans krijgen om de bomen aan te tasten.

Die hards

In dit filmpje zie je de ‘geboorte’ van een jonge rups na een koude winter:

Koude winters lijken de eikenprocessierups niet te deren. De insecten overwinteren als eipakket en kunnen flinke vorstperioden goed hebben. Hoge temperaturen tijdens de zomer vormen voor de dieren ook geen probleem. Deskundigen hebben ontdekt dat de eikenprocessierupsen binnen één dag de boom kunnen verlaten om zich ondergronds te nestelen. Als het weer kouder en natter wordt verhuizen ze het nest soms weer terug de boom in.

Ondergronds gaan

Ook in Nederland worden regelmatig grondnesten van de eikenprocessierups aangetroffen. Sommige nesten zitten half onder en half boven de grond, maar het komt ook voor dat een nest helemaal in de bodem zit. Voordeel is dan dat de brandharen zich niet zo gemakkelijk kunnen verspreiden en daardoor minder overlast geven. Nadeel is dat je de nesten niet ziet en dus bij het maaien of bij graafwerk onverwacht op een nest kan stuiten. Bovendien zijn de ondergrondse nesten veel lastiger te bestrijden dan de boomnesten.

Meer informatie is te vinden bij: