
Natte gerst en gerstenat zijn twee verschillende dingen, maar het ene kan niet zonder het andere. Als je de bierreclames mag geloven is een koel glas gerstenat de beste manier om de dorst te lessen. Maar de gerst zelf mag ook niet droog staan. En dat wordt de laatste jaren een steeds groter probleem: overal ter wereld neemt de verzilting, het zouter worden, van landbouwgronden toe. Als de zoutconcentratie in het bodemwater hoger is dan in de plantenwortels, wordt het lastig voor de plant om water op te nemen. Dit verschijnsel, waarbij de plant dus eigenlijk dorst lijdt, noem je osmotische stress.
Onderzoeker Nguyen Viet Long onderzocht van bijna 200 verschillende types gerst of ze konden groeien op zoute grond en hij analyseerde het genoom van deze planten. Enkele planten bleken weinig last te hebben van het zout en hij ontdekte dat de genen die daarvoor zorgen op chromosoom 6 liggen. De onderzoeker verwacht dat plantenveredelaars met deze nieuwe kennis binnen vijf jaar gerstrassen hebben ontwikkeld die geen dorst meer hoeven te hebben op verzilte bodems.









In 2010 werd essentaksterfte voor het eerst in ons land ontdekt en sindsdien heeft de ziekte zich razendsnel uitgebreid. In Groningen, Friesland en de Flevopolder richt deze boomziekte al enorme schade aan. Bladeren, takken en zelfs de stam van de boom verkleuren bruin en sterven af. Niet alleen zien de kale bomen er troosteloos uit, ze vormen ook een gevaar voor wandelaars en passerend verkeer. De dode takken kunnen namelijk gemakkelijk afbreken.
De eindexamens zijn weer bezig. Een spannende tijd, evenals het wachten op de uitslag. Ook planten in de land- en tuinbouw moeten heel wat toetsen ondergaan. Er vinden regelmatig keuringen plaats om te zien of ze ziektevrij zijn, waarbij de eisen soms aangescherpt worden. Als de planten de test goed doorstaan, krijgen ze een certificaat, een soort diploma. Dat is onder andere van belang als het plantmateriaal bedoeld is voor de im- of export.



Het Europese instituut voor voedselveiligheid (EFSA) is na jaren van onderzoek tot de conclusie gekomen dat cisgenese niet valt onder genetische modificatie. En dat cisgenese veilig is voor mens en milieu. Leuk en aardig, maar wat ìs cisgenese? Cisgenese en transgenese zijn eigenlijk dezelfde technieken. In beide gevallen wordt gericht een gewenst gen, bijvoorbeeld een gen tegen een bepaalde plantenziekte, in een plant ingebouwd. Bij transgenese kan dit gen afkomstig zijn van elk willekeurig ander organisme, dus een andere plantensoort maar ook een bacterie. Bij cisgenese is het nieuwe gen altijd afkomstig van dezelfde plantensoort. Een cisgenese-plant zou dus ook via klassieke veredelingsmethoden, zoals kruisen, kunnen ontstaan. Alleen gaat cisgenese vele malen sneller en veel gerichter. Plantenveredelaars verwachten door de uitspraak een grote stap vooruit te kunnen maken.
Een enkele roos, lekker geurende hyacinten, een bosje voorjaarstulpen of een groot veldboeket. Bijna iedereen vindt het leuk om bloemen te krijgen. En Valentijnsdag is zo’n dag waarop door sommige mensen (lees: vrouwen) vol spanning wordt uitgekeken naar de partner die met een bloemetje komt aanzetten. Volgens onderzoek leidt dat in veel gevallen tot een jaarlijks terugkerende teleurstelling met minder romantische gevolgen. Om dit te voorkomen heeft het Bloemenbureau Holland een heuse Valentijn Helpdesk opgezet. Wie wil kan daar zijn favoriete boeket uitkiezen en zijn partner opgeven. Die partner (lees: man) krijgt vervolgens een melding van de helpdesk waarin hij geattendeerd wordt op de bloemenvoorkeur van zijn geliefde en de datum 14 februari. Als deze overduidelijke hint nog geen boeket oplevert, dan is het op bloemengebied waarschijnlijk een verloren zaak binnen de relatie.
